
Le Corbusier is begonnen met een
opleiding graveren, gevolgd door vele studiereizen. In 1910 werkt Corbusier als
tekenaar in het atelier van Peter Behrens. In dit atelier werkten toen ook
Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe.
In deze periode realiseert Corbusier
zich wat hij kan bereiken met standaardisatie en machinale serieproductie.
Na een ontwikkeling tot kubistische
vormen en witte kleuren gaat Le Corbusier zich meer verdiepen in schilderen.
Hierbij experimenteert hij kleuren, vormen en ordeningsprincipes. Deze
experimenten hebben ook invloed op zijn architectonisch werk in die jaren.
In 1926 stelt Le Corbusier vijf punten op van een nieuwe architectuur:
- Les pilotis: het gebouw moet
van de grond verheven worden
- Le toit-jardin: het platte dak
wordt als buitenruimte ingericht
- Le plan libre: vrije indeling
op elk niveau dankzij het skelet
- La façade libre: de gevels zijn
niet dragend
- La fenêtre en longeur: het
horizontale bandraam
In 1955 maakt Le Crobusier een
omslag. Deze omslag was voor het eerst te zien in de bedevaartskerk in Ronchamp
of wel Notre-Dame-du-Haut. Bij deze kerk wordt voor het eerst geen gebruik
gemaakt van strakke witte vormen. De kerk was vormgegeven door plastische
vormen.
Het gigantische oeuvre en de
architectonische theorieën hebben Le Corbusier tot een van de grootste
architecten van de 20ste eeuw gemaakt.
Op 27 augustus 1965 stierf Le
Corbusier aan de verdrinkingsdood.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten